Onafhankelijke clientondersteuning in de Wmo
Wie hulp nodig heeft omdat hij of zij niet op eigen kracht kan deelnemen aan het maatschappelijk leven, kan een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering. Bij het aanvragen van een Wmo-voorziening kunnen hiervoor opgeleide stadsgenoten de helpende hand bieden. En dat is maar goed ook, want het verkrijgen van de gemeentelijke toestemming, ook wel ‘beschikking’ genoemd, is soms lastig en de regels zijn niet altijd duidelijk. Dan biedt de assistentie van de onafhankelijke clientondersteuner (OCO) een uitkomst.
De basis voor de Wmo-faciliteiten die de gemeente biedt is vastgelegd in een aantal regels. Als eerste is daar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zelf. Dat is de basis die landelijk is vastgesteld en waar de gemeente zich aan moet houden. Dan is er de lokale verordening die gebaseerd is op de Wet en om het nog ingewikkelder te maken zijn er de Beleidsregels. Recent waren er ook nog de ‘nadere regels’. Zie daar als inwoner maar eens je weg in te vinden.
Helmond heeft een groep goed opgeleide en deskundige OCO’s. Dit zijn vrijwilligers die niet gebonden zijn aan een zorgverlener en zich daardoor helemaal kunnen richten op de situatie van de inwoner. De gemeente vindt dit zo belangrijk dat dit zelfs is vastgelegd in de Beleidsregels (punt 2.1). In hetzelfde artikel is bepaald dat de inwoner met een hulpvraag als eerste het advies krijgt een onafhankelijke clientondersteuner te betrekken om: “… de ondersteuningsvraag en eventuele pgb-gerelateerde zaken duidelijk uit te leggen en (helpen) op te komen voor de belangen van de inwoner.”
De gemeente Helmond geeft daarmee aan de dienstverlening van de OCO te waarderen mede omdat die ingezet kan worden voordat de vraag om hulp wordt ingediend. Dat schept duidelijkheid en bespaart kostbare tijd. Hoe eerder inwoners geholpen worden, hoe beter! De ervaring leert helaas dat het advies de onafhankelijke clientondersteuner in te schakelen regelmatig wordt vergeten. Dat kan dus beter! Wellicht helpt mijn column hierbij.
De OCO ziet toe op het volgen van de wettelijke en gemeentelijke procedures en de mogelijkheden van de aanvrager. Dat vraagt om creativiteit. Na de ‘melding’ voor een Wmo-voorziening heeft de gemeente 10 weken om een besluit (beschikking) te nemen. In sommige situaties kan deze termijn worden verlengd. Helmonders die een hulpmiddel nodig hebben (rolstoel, traplift, huishoudelijke ondersteuning, enz.) kunnen rechtstreeks bellen met de gemeente: 14-0492 optie 2. Degenen die persoonlijke ondersteuning of begeleiding willen, nemen contact op met de Sociale Teams Helmond (STH) die onder verantwoordelijkheid van de gemeente een aantal Wmo-taken uitvoert. Na de melding dient een onderzoek plaats te vinden waarin de hulpvraag wordt toegelicht en getoetst op de regelgeving. De OCO neemt de aanvrager als het ware bij de hand en loodst die van het begin tot het einde door het hele proces. Hij of zij ondersteunt met adviezen en acties maar neemt niet de regie van de aanvrager over. Die blijft zelf aan zet en zelf verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt.
Als het besluit is genomen en de voorziening is getroffen houdt de OCO vinger aan de pols. Een Wmo-beschikking wordt namelijk voor een bepaalde periode afgegeven waarna verlenging nodig is. Het is ook mogelijk dat de hulpvraag verandert en aanpassing van het besluit om toekenning vraagt. De onafhankelijke clientondersteuner biedt dan weer hulp.
In Helmond kan onafhankelijke (en kosteloze) clientondersteuning Wmo worden geboden door de vrijwilligers van de Seniorenvereniging Brabant Zeeland via het contactnummer van de Stichting Verenigde Bonden Overleg Helmond (VBOH) 0492 – 792 392 en het Gehandicapte Overleg Helmond (GOH): 0492 – 55 01 15.