
Hierbij toon ik een foto van pastoor Janssens zoals op zijn bidprentje afgebeeld. De tekst op dat prentje die pastoor Janssens zijn leven herdenkt, opent met:
‘Van ons is heengegaan een beminnelijk man, een toegewijd pastoor. Hij verstond de kunst om met iedereen om te gaan, jong en oud, rijk en arm. Hij had voor iedereen het juiste woord, op de juiste plaats. Zonder ooit op de voorgrond te treden, deed hij in alle eenvoud zijn werk, heel gewetensvol en in zijn eigen stijl; dat was juist zo sympathiek in hem, dat hij niemand in zijn waarde aantastte.’
De komende weken hoop ik u verder te vertellen over wat de mensen goed deed in de Sint Annaparochie toen pastoor Janssens hun herder was. Maar deze week zal ik in verband met ‘het voetballen’ eerst toepasselijk uit de doeken doen hoe de ‘accommodatie’ die de Sint Annakerk, en speciaal het kerkplein, in de zestiger jaren bood, heeft bijgedragen aan het succes van René en Willy van de Kerkhof.
In die jaren kwam de tweeling Van de Kerkhof regelmatig, zeker op zonnige dagen, naar het kerkplein om achter en opzij van kerk, aan de kant van de Postelstraat, een balletje te trappen. Mijn buurjongen Henny Verhofstadt voetbalde ook wel eens mee. Op de muur van de sacristie, achter de kerk, was met witte kalksteen een goal getekend. (Zonder de pastoor te vragen…) Als de jongens achter de kerk speelden, keek ik regelmatig toe. Als ze dan ‘op doel’ wilden schieten, werd mij opgedragen om de rol van keepster te vervullen. Tegen die grote jongens durfde ik geen nee te zeggen, maar dat het voor mij een martelgang was, dat kunt u zich mogelijk wel voorstellen. Ik voelde mij als voor het vuurpeleton. Het beste dat ik kon doen om het er levend vanaf te brengen, was de ballen ontwijken. (Tot op heden kan ik mij niet voorstellen dat iemand er plezier in kan hebben om bij het voetballen te keepen…)
Menigmaal werd een bal ook op het lage dak van de sacristie geschoten. Of een bal belandde helemaal boven op het dak van de kerk. Dan werd er langs de regenpijp op het dak geklommen.
Gaandeweg deed dat ook de regenpijpen geen goed.
Als de latere voetbalsterren opzij van de kerk voetbalden, knalden zij om de zoveel tijd een bal door een glazen kerkruit. Met iets gebogen hoofd wachtten de jongens dan af tot de pastoor gelopen kwam en hen toesprak. Maar ik vermoed niet dat hij ooit schadevergoeding heeft gevraagd, want moeder Van de Kerkhof was weduwe en had het niet breed. Ik hoop daarom wel dat de Van de Kerkhofs, zodra zij bij PSV goed verdienden, zich pastoor Janssens herinnerden en de Sint Annakerk én wat zij daar eerder zoal beschadigden en toen alsnog daarvoor royaal ‘n vergoeding betaalden...