Leerplankje voor later met 26 rode klinkers, 16 zwarte medeklinkers en g, g en ñ in het groen.
Leerplankje voor later met 26 rode klinkers, 16 zwarte medeklinkers en g, g en ñ in het groen.

Stukske 11: De Taal van Helmond

Strijd tegen laaggeletterdheid

Laaggeletterden, d.w.z. zij die de lagere school en basisschool verlieten met onvoldoende leesvaardigheid, zouden zeker minder taal-, reken- en algemene leerproblemen hebben ontwikkeld als ze in eerste instantie niet tegen spellingproblemen waren aangelopen. Praktisch alle leerproblemen zijn namelijk terug te voeren op mindere leesvaardigheid. Ook rekenen is taal. Al met al blijf ik het vreemd vinden dat er in de uitgebreide discussie over laaggeletterdheid en aangedragen oplossingen nergens en nooit met het beschuldigende vingertje gewezen wordt naar de uit de hand gelopen spelling van ons Standaardnederlands. Zo houden we onze laaggeletterden wel in stand. Als dit allemaal wat uitdagend overkomt, dan kan ik u verzekeren dat dat nou precies de bedoeling is. Hopelijk maakt het wat los.

Rare mensen, die volwassenen

De instinkertjes inkepinkje en bommelding zijn genoegzaam bekend. Nogal vergezocht ook. Er zijn echter genoeg struikelwoorden waar ook de geletterde over kan vallen. Voor de laaggeletterde zijn het geen struikelblokken maar valkuilen en opgeworpen barricades. Breek uw hoofd maar eens over: beamen, legering, bekeren, balletje, kantelen, voorgevel, marketentster en de Vogelbescherming lokte een racismerel uit of Hans Klok zijn betovergrootvader, een roebel voor een koebel en Ter Apel heeft een mooie kapel. Wanneer je je als kind bij de hardop-leesbeurt in de klas vergiste, dat deed ik luidkeels bij ‘het belendende gebouw’, is hilariteit je deel. U kunt wel raden hoe ik er met een haperende ‘bel’ probeerde uit te komen. De lacherige reactie van mijn schoolkameraden, die blij waren dat hun dit woord bespaard was gebleven, voelt niet als stimulans om onbevangen voor te lezen en werkt niet zelden leesangst in de hand. Veel hangt in zo’n situatie af van hoe de leerkracht reageert. Nog vervelender dan lachers in de klas is het besmuikt lachen van volwassenen. Toen ik 7 jaar was kreeg ik thuis van blijkbaar hoog bezoek een boek cadeau (een omslachtig woord voor ka-doo). Om het boek te verdienen moest ik wel de titel voorlezen ‘De rijke wrek en de arme bedelaar.’ Nou kwam het erop aan vooral geen foutje te maken, maar dat liep anders. De ‘w’ werd zorgvuldig gearticuleerd, waarbij de toehoorders al de oren spitsten en bij mijn keurig uitgesproken ‘beddelaar’ bemerkte ik besmuikt gelach van de gast en van mijn vader. Als kind heb je daar een antenne voor, voor dat besmuikt lachje dan. Ik snapte hun reactie niet, want ik deed het toch perfect ‘De rijke wrek en de arme beddelaar.’ Ik had namelijk dat vreemde verschijnsel nog niet gehad op school, waarbij ‘bed…’ plotseling ’beed…’ zou moeten worden. Iedereen heeft er indertijd bij het aanleren grote moeite mee gehad, maar is dat totaal vergeten. Wat een gedoe voor een beginnend lezer, terwijl het een staaltje van onlogica van de volwassene is. De volwassene heeft uitgedacht dat bij een dubbele medeklinker erna bv. ‘pp’ (koppen) de klinker ervoor gewoon blijft wat ie is. Terwijl bij één ‘p’ erna (kopen) de letter daarvoor vreemd genoeg als ‘oo’ dient te worden uitgesproken. Dus wat erna komt, bepaalt blijkbaar dat wat je ervoor had moet lezen anders moet klinken. Wa is lèèze lààstig

Jos Leenen
www.detaalvanhelmond.nl
Umdè ut Hèlemòns dè verdyynt is òns dyelèkt àlvàst klañkzôôjver vààstğeleet vur straks às de lèèsten Hèlemònse mèns is ôôjtğeprôt.