Leerplankje voor later met 26 rode klinkers, 16 zwarte medeklinkers en g, g en ñ in het groen.
Leerplankje voor later met 26 rode klinkers, 16 zwarte medeklinkers en g, g en ñ in het groen.

Stukske 10 De Taal van Helmond

Waarom gemakkelijk als het moeilijk ook kan

Met het leren lezen en schrijven van het Standaardnederlands zijn we er niet met de 26 letters van het alfabet. Als je een leesplankje voor het Nederlands zou maken met daarop alle 147 uitspraakmogelijkheden uit de 73 lettertekens en vaste lettercombinaties, dan heb je voor al die woorden en bijbehorende plaatjes geen plank nodig, maar een schutting. Het is wel goed om te beseffen dat dat alles tot de normale basisschoolstof behoort. Denk bijvoorbeeld aan het woord verleden waarin je de ‘e’ drie keer anders uitspreekt en bekijk dat eens door de ogen van een beginnende lezer. Of a+i in mais en militair. Of a+o in farao, chaos en cacao, of licht en ligt enz. enz. Elk van die 73 biedt 2, 3 of soms 4 varianten in uitspraak. Daarom leidt dus die 73 uit 26 volgens mijn laatste telling tot 147. Alleen de letter ‘m’ daar kun je moeilijk iets anders in zien dan wat er staat. Dus lippen op elkaar en klank maken maar. Alhoewel. Valt u op tv ook de trend op om bij de uitspraak van de ‘m’ de onderlip tegen de boventanden te zetten? De ‘b’ heeft er ook een handje van. Schijnt modieus te zijn. Kijk maar eens goed tv en turf daarbij geslacht en leeftijd. Leuk tijdverdrijf als de inhoud even niet boeit. Bij mij werkt het zo dat ik volkomen afgeleid word als ik iemand op de tanden zie praten. De inhoud dringt dan niet meer tot me door.

Eenvoudig of ingewikkeld

Als Helmonder, geboren en getogen in Helmond, zeg je natuurlijk: Hellemonder en Hellemond. Ook als je dat spelt als Hèlemònder of Hèlemòntje zegt het hetzelfde. Bent u al wat gewend aan het woord Hèlemònt met die ‘è’ en één keer de letter ‘l? Dat moet toch minstens met twee ellen? Ja, volgens de normale spelling natuurlijk wel. Maar omdat in ut Hèlemòns elke letter op zich staat, dus onafhankelijk van de positie waarin die letter staat in een woord, is de ‘è’ altijd een ‘è’ (bv. pèt). De letter erna kan niet bepalen hoe je de voorgaande letter had moeten uitspreken. Lijkt nogal logisch, toch? Maar in het Nederlands doen we dat wel in bv. vellen/velen of spellen/spelen. De Hèlemònse è klinkt zoals hij moet klinken als een è en kan nooit verward worden met een ee of een e of èè’, want anders had dat er wel gestaan. Simpel. De ‘è heeft helemaal geen twee ellen nodig om ‘è’ te zijn. Toegegeven, vaak is het nieuwe eenvoudige lastiger dan het vertrouwde ingewikkelde. Loslaten wat er op school is ingeramd wil niet zomaar gedaan zijn. Afleren is moeilijker dan aanleren. In het Standaardnederlands zijn we inmiddels zover doorgeschoten dat we menen maffia met dubbel ‘f’ te moeten schrijven. In Italië, wat toch de oudste rechten heeft, schrijven ze geen verdubbeling. Daar is het mafia. Wie weet het nou beter? Zo zingen we in Nederland a capella (in het klassiek Latijn: geitje) en in Italië dan weer a cappella. Skut mar in m’n pèt! Wat let je trouwens om als je dat graag wilt Hèlemònt wel met twee ellen te schrijven. Trek je niks van mij aan. Às ğe mar ny kô wôrt às ik ut wèl zó skreef. En die ‘ò’? Moet dat nou? Jazeker, want we willen het verschil maken. Je hebt namelijk ook nog de ‘o’, ‘ô’, ‘ö’, ‘ø’ en ‘ó en die spreken we als Hèlemònders spontaan en zonder erg echt allemaal anders uit. Zolang je ze niet hoeft te schrijven is er gelukkig niks aan de hand. Je past het al pratende perfect toe èn dè düter tû. 

Klètje Ze zag verèkes òp teeğe de bevàliñ. Ze haat’r un hart hooft in. Ze zag behoorlijk op tegen de bevalling. Ze had er een hard hoofd in.

Jos Leenen
www.detaalvanhelmond.nl