
De logica van het leerplankje in het kort
Misschien is het de oplettende lezer al opgevallen. Abusievelijk is de vorige keer het verkeerde Stukske gepubliceerd (namelijk stukske 7 in plaats van stukske 6). Wat nu is weergegeven, hoorde daar aan vooraf te gaan en is dus het juiste stukske 6.
De dertig klankzuivere woorden van het leerplankje zijn gekozen op functionaliteit, niet op aardigheid. Behalve het laatste woord vèèreke zijn alle woorden bewust eenlettergrepig. Alle klinkers zijn rood. De eerste en derde rij tonen de korte klinkers en rij twee en vier de lange (uitwerking volgt, of: Dè kumt nôg ). In kolom 4-5-6 zijn de klinkers per paar (kort/lang) aan elkaar gekoppeld (kolom 4. è/èè en i/ee 5. ö/öö en u/øø 6. y/yy en ó/oo). In kolom 1-2-3 zijn ze bovendien op verwantschap per vier gegroepeerd (1. a/aa/à/àà 2. ô/ôô/ò/òò 3. û/ûû/ü/uu). Op het eerste gezicht en gehoor mag het minder duidelijk zijn, maar skip en skeet vormen wel degelijk een koppel, net zoals mug/drøøf, en bón/skool (Dè kumt nôg). De onderste rij toont de eenlingen ‘o’ en ’e’ (Dè kumt ók nôg). Waarom een klinker het predicaat klinker verdient en waarom er in ut Hèlemòns sprake zou zijn van exact 26, ók dè kumt nôg. De medeklinkers ‘g’ en ‘ğ’ en de ‘ñ’ verdienen extra aandacht en zijn daarom groen. De 16 zwarte medeklinkers, waarvan sommige meermalen voorkomen, draperen zich om de klinkers heen en worden als in het Standaardnederlands uitgesproken. Uit màànt en hòònt volgt dat je de eind-d uit het Standaardnederlands als ‘t’ schrijft als je die ook zo uitspreekt. Uit wèp volgt dat je de eind-b uit het Nederlands als ‘p’ schrijft als je die zo uitspreekt. Moge duidelijk zijn dat niets aan het toeval is overgelaten en dat alles op het leerplankje, ut Hèlemòns lèèrplèñkske, zijn functie en plaats kent (raadpleeg desgewenst de website).
Dè kumt nôg
Om bovenstaand de logica van het leerplankje vooral kort te houden, is niet alles uitgewerkt. Er volgen nog vele Stukskes waarin dat wel gebeurt. Niet alles laat zich in één keer uitleggen. Vandaar, trek niet te gauw conclusies. Oordeel pas als je alle informatie hebt. Waaj às kyntjes haan dè ğedult nôr òns vader ny ààlt. Hij had een standaarduitdrukking die hij vaak naar onze kop slingerde. Ik twijfelde er ernstig aan of wat hij zei wel bestond en verdacht hem ervan het zelf bedacht te hebben. Dat deed hij wel vaker. Als wij als nieuwsgierige kinderen wat al te gretig waren en ogenblikkelijk antwoord verlangden en het zelfs waagden hem in de rede te vallen, dan volgde steevast: “Ğe mût d’m bûûr ny in z’n krôôm skèjte vur y is ôôjtğepakt!” Ik heb de uitdrukking nooit echt begrepen, want wat moet je er letterlijk mee? Maar des te beter snapten wij als kinderen wat hij bedoelde, al was het maar door zijn intonatie. Hij snoerde ons met zijn uitspraak feilloos de mond. Het was nog net geen dooddoener, want daar had ie beter geschut voor. “Mût ik’t òp un bryfke ğèève!?!”
Wat bewust ontbreekt op het leerplankje
Uit het Standaardnederlands zijn niet terug te vinden: au/ou (=ô+w), ei/ij (=è+j), ui (=ö+j), oe (=û), ie (=y), eu (=øø) en de medeklinkers c (=s of k), ch (=g), x (=ks) en q (beroemd geworden is het Lingo-woord met een q: qükske). De in veel dialecten favoriete klinker ao of oa (één klinker met twee letters zoals in straot, maar ook stroat) komt op het leerplankje evenmin voor vanuit het principe: één klank wordt in ut Hèlemòns nooit met twee verschillende letters geschreven. Het alternatief is strôôt (zie skôôp).
Klètje All inclusive-hotel: Dôôr ğôô ik èlek jôôr wèr heen, wànt dôôr kàànde èète tòte ğe un òns weegt.
Jos Leenen
www.detaalvanhelmond.nl