
Stukske 5 De Taal van Helmond
AlgemeenDaar loopt een streepje door
Ooit Het Helmonds Woordenboek er serieus op nageslagen? Daar vind je de volgende klinkers voorzien van een toevoeging: 1 à,àà,àààà 2 è,èè 3 èù 4 ìè 5 ò,òò 6 ó 7 ô 8 ö 9 òù 10 ù 11 ú 12 ü. Een teken op een klinker wil aanduiden dat die klinker anders klinkt dan de kale klinker. Zonneklaar is dat door de umlaut de ü in grüpke uitgesproken wordt als in bv. Düsseldorf en de ö van köpke als in Köln. Eenduidig dus als ook niet hùkt te vinden was voor hökt en öw voor eeuw en löds voorkomt naast laang lòts met dezelfde uitspraak. Het accent grave (zwaar accent) kan een klinker donkerder doen klinken in bv. ààlt, àànder en ààsenbak in tegenstelling tot bv. aarig. In aw en kaws gaat de a duidelijk door voor een heldere klank en is geen extra aanduiding nodig. Waarom bij stàlt dan wel? Of bij bàs (baas)l? Dat roept toch vanuit ààlt geredeneerd de suggestie op van de jongensnaam Bas of van de baspartij? Bòtter met ò wordt door het accent grave mooi donker gekleurd. Maar Pasen schrijven als Pòsse en smòndus en zòtterig met diezelfde ò? Er zit geen kòttighaid in, anders zou je er kô van worden. Pótjebaaien en stótwaage krijgen door hun accent aigu juist een zekere lichtheid, wat bij nòddig, skòn en kòl ook niet had misstaan. Zòjeest. De woorden Dòòchter, dòòns (die van ons), zòòft en zòòn (zon) vallen letterlijk niet te rijmen. In leus is de eu vanzelfsprekend. Als je èù tegenkomt, dan is de verlengde ö van Köln bedoeld in bv. vèùrik, zèùrig en hèùknuld. Maar gekèùld rijmt niet. Nog een vùrbild van dezelfde klinker anders schrijven: vurkop. Een tùdje (tutter waarmee het kind tuttert, ğin tötje) verdient geen accent grave omdat tudje precies zegt wat je bedoelt en niet fout kan. Waarom afgève naast gèève, waarom èveveul met één è, maar gèèvel met dubbel-è?. Het is natuurlijk wel vèèr en vèèreke, maar aan vèèngt veengt ons dialect niks an en vèèlt veelt nie mee. Het is als met de belààààsting. Gemakkelijker kunnen we het niet maken. Ingewikkelder wel. Dè is volkomen duidelijk. Bij de ü en de àà zijn misverstanden in ieder geval uitgesloten. Gelukkig negeert een moedertaalspreker zoveel variatie. Onbewust interpreteert hij al lezende wat er staat, omdat hij paraat heeft hoe het bedoeld is. Knap dat dat kan. Voorwaarde is wel dat de Helmonder zijn taal van kinds af aan spreekt en hardop zegt wat hij innerlijk hoort, maar zeker niet exact leest wat er staat. Voor ieder ander is het onbegonnen werk. Die slaat er een slag naar. Overdreven? Laat een niet-moedertaalspreker maar eens hardop voorlezen: stroat, Botterstraot, louwt, potlouwd, brouwd, broid, bloar, broaije, nòddig, nòdderhand, dornoo, host, noj, hóghoijs, boijum, boijte.
Onderzoek alles en behoud het goede
Tegenover de 12 klinkers met toevoeging in Het Helmonds Woordenboek staan er negen in ut Hèlemòns: 1 à,àà 2 è,èè 3 ò,òò 4 ö,öö 5 ô,ôô 6 û,ûû 7 ü 8 ó 9 øø. Dus misschien valt ut Hèlemòns toch wel mee, zeker als je weet dat je er volledig van op aan kunt dat alles eenduidig is. Eenmaal afgesproken hoe iets wordt uitgesproken, blijft dat zo. Je weet waar je aan toe bent. Bedenk daarbij dat ut Hèlemòns zich in eerste instantie richt op de toekomst waardoor het voor iedereen later nog te leren zal zijn. Het leerplankje is zo ontworpen dat je er altijd op terug kunt vallen als je de exacte klinkeruitspraak even kwijt bent. De eenlettergrepige woorden zijn niet spectaculair maar louter gekozen vanwege hun functionaliteit. Het leerplankje kennen, is Hèlemòns sprèèke èn skreeve. Voor wie er geen genoeg van kan krijgen, zijn er nog hulpwoorden uit andere talen, oefenrijtjes en opnamen van goede moedertaalsprekers voor de perfecte dictie. Maar het allerbelangrijkste: onderzoek alles en behoud het goede. Zweer als moedertaalspreker niks af, pin je nergens op vast, koester het vertrouwde. Dus sprèèk vuràl ûw èèjğeste taal èn skreef zóàs ğe weelt. Nèèjt ûwen èèjğesten nôôt.
Jos Leenen
www.detaalvanhelmond.nl